De ark van Noach

Genesis 7:16b, En de Heere sloot de deur achter hem toe.

 

We zien hier dat Christus de deur van de ark toesloot. Hij was verantwoordelijk voor het geheel.

De deur werd van buiten toegesloten en niet van binnen.

De deur was van binnenuit waarschijnlijk ook niet te openen. Van buiten toesluiten was veiliger vanwege de waterdruk.

 

Gen.8:6, Na verloop van 40 dagen opende Noach het 

               venster, dat hij in de ark gemaakt had.

 

vs.9,        Hij stak zijn hand uit, pakte haar (de duif, niet de 

               doffer) en bracht haar bij zich in de ark. 

 

vs.13b,   Toen nam Noach het luik van de ark weg en keek

               naar buiten, —.

 

Er is dus duidelijk verschil tussen de deur en het venster

of luik.

 

vs.15-16, Toen sprak God (Christus) tot Noach: Ga de ark

                uit —.

 

vs.18a,   Toen ging Noach naar buiten, —.

 

Hoe sprak Christus tot Noach? Het was door de deur die

Hij weer geopend had. Men kon weer naar buiten.

 

Opm., Waar was Christus tijdens de vloed? De bijbel geeft

          dit niet aan. Waarschijnlijk was Christus na het slui-

          ten van de deur naar de Vader teruggekeerd.

          Dit gebeurde ook in Gen.35:13, waar staat dat Hij

          van Jakob opvoer.